In de winter lijkt het alsof bijen volledig zijn verdwenen. Toch speelt zich juist in deze periode iets heel belangrijks af. Voor de meeste bijensoorten is de winter geen actieve tijd, maar een fase van rust en ontwikkeling. Hoe bijen overwinteren, verschilt per soort — en dat maakt het onderwerp zo interessant.
De meeste wilde bijen overwinteren niet als bij
De meeste wilde bijen zijn eenjarig. Dat betekent dat de volwassen bijen aan het einde van de zomer of in de herfst sterven. In de winter zijn deze bijen er dus niet meer.
De volgende generatie is er wél, maar in een andere vorm. De meeste wilde bijen overwinteren als:
ei
larve
pop
Ze doen dat veilig verstopt in:
holle plantenstengels
dood hout
zandige grond
bijenhotels
soms zelfs verlaten slakkenhuizen
In deze stadia zijn ze verrassend robuust. Juist daarom is het zo belangrijk om deze plekken in de winter met rust te laten. Of het nu gaat om natuurlijke schuilplekken of een duurzaam bijenhotel in de tuin: rust is essentieel.
De uitzonderingen: bijen die wél als volwassen bij overwinteren
Er zijn een paar bijzondere uitzonderingen die de winter als volwassen bij doorkomen.
Hommels
Aan het einde van het najaar sterft bij hommels het grootste deel van de kolonie. Alleen de jonge koninginnen overleven. Zij zoeken een beschutte plek, bijvoorbeeld onder een hoop bladeren, in losse grond of in een verlaten muizennest. In het voorjaar komen ze tevoorschijn en stichten ze een nieuw volk.
Houtbijen
Houtbijen overwinteren als volwassen bij, alleen of in kleine groepjes. Ze kruipen weg in boomholtes, spleten of zelfgemaakte gangen in hout.
Klokhoornbijen (Ceratina)
Bij deze kleine bijensoorten overwinteren mannetjes en vrouwtjes samen. Ze zoeken hun winterverblijf meestal in holle stengels van planten zoals braam, vlier of toorts.
Deze uitzonderingen laten zien hoe belangrijk beschutting en structuur zijn, ook in de winter.
Rust is het allerbelangrijkst
Voor bijen geldt in de winter één simpele regel: hoe minder verstoring, hoe beter. Elke ingreep kost energie of kan schade veroorzaken aan overwinterende bijen in ontwikkeling.
Laat daarom:
uitgebloeide planten staan
bladeren liggen
holle stengels ongemoeid
kale zandplekjes intact
Wat misschien rommelig oogt, is voor bijen van levensbelang. Juist die rommelige plekken maken een tuin geschikt voor bijen, ook als er daarnaast een insectenhotel hangt.
De rol van bijenhotels in de winter
Bijenhotels zijn niet alleen bedoeld voor het voorjaar en de zomer. Voor veel soorten vormen ze ook een veilige overwinterplek. In de nestgangen zitten vaak larven of poppen die hier de winter doorbrengen.
In de winter hoef je een bijenhotel alleen te:
laten hangen
droog en beschut houden
niet verplaatsen of openen
Of je nu een bijenhotel hebt hangen dat je ooit hebt opgehangen, of bewust een bijenhotel hebt gekocht als vaste nestplek: schoonmaken of leegmaken in de winter is af te raden. De kans is groot dat je onbedoeld de volgende generatie verstoort.
Moet je bijenhotels schoonmaken?
In de winter: nee.
Wil je onderhoud doen, dan kan dat eventueel in het voorjaar, en alleen als het echt nodig is. In veel gevallen is vervangen na een aantal jaar beter dan jaarlijks schoonmaken. Zeker bij een duurzaam bijenhotel is dat vaak een bewuste keuze: het materiaal gaat lang mee, terwijl de nestgangen hun functie hebben vervuld.
Wat kun je wél doen in de winter?
Hoewel bijen in de winter geen voedsel nodig hebben, kun je ze nu al helpen door vooruit te denken:
plant vroegbloeiende soorten zoals sneeuwklokjes, krokussen en wilg
zorg voor bloei vanaf het allereerste voorjaar
vermijd chemische bestrijdingsmiddelen
laat delen van je tuin bewust ongemoeid
Wat je nu laat liggen, komt later tot leven.
De winter legt de basis voor het voorjaar
De winter is misschien stil, maar niet leeg. Onder bladeren, in stengels en in bijenhotels groeit de volgende generatie bijen langzaam verder. Door rust, ruimte en beschutting te bieden, draag je bij aan een rijker voorjaar.
En misschien wel het mooiste: wie in de winter ruimte geeft aan bijen, ziet in het voorjaar als een van de eersten weer beweging. Zo begint biodiversiteit niet met actie, maar met aandacht.