Voor 16.00 u besteld, direct verstuurd - VA € 75 gratis verzending

De allerbeste tips voor het ophangen van een nestkastje

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Je helpt vogels echt met een nestkastje ophangen. Konden ze vroeger bijvoorbeeld in gaten en kieren van daken hun nestjes bouwen, met onze moderne woningbouw is dat echt niet meer mogelijk.

Door de oprukkende verstedelijking verdwijnen bovendien steeds meer natuurlijke nestplaatsen.

Hang dus een (of een paar) vogelhuisjes op. Maar voordat je dit doet lees je het beste eerst deze handige tips. Volg je deze op, dan heb je meer kans dat je vaste bewoners krijgt.

Tip 1  – Onderzoek welke vogels er in jouw tuin voorkomen

Ga je een nestkast ophangen, kijk eerst eens welke mezen, mussen of andere soorten er in je tuin vliegen en pas daar de keuze van je vogelhuisje op aan. Ben je geen vogelkenner dan hebben we hierbij de ultieme tip: ga naar de site van de Nederlandse Vogelbescherming. Aan de hand van je postcode kun je zien welke soorten er in jouw regio voorkomen. Je zult begrijpen dat dit in de Ardennen anders zal zijn dan in Noord Holland. Wonen op het platteland of in een stad maakt ook een groot verschil.

Tip 2  – Let op het formaat van de invliegopening

Nu je weet wat er bij jou rond vliegt gaan we door naar stap 2: welke nestkastjes passen bij die vogels?

Kijk daarbij vooral naar de invliegopening. De grootte daarvan is namelijk belangrijk voor de toekomstige bewoner. Hier volgen enkele voorbeelden:

  • 25 – 28 mm: pimpelmees, zwarte mees, glanskop, matkop
  • 30-32 mm: koolmees, kuifmees, boomklever, bonte vliegenvanger, zwarte mees, pimpelmees
  • 34-35 mm: huismus, koolmees, boomklever, bonte vliegenvanger

Tip 3 – Let op het broedgedrag

Niet alle vogels willen gezellig bij elkaar wonen. Ze houden wel van een beetje privacy. Hang je de nestkastjes te dicht bij elkaar op dan ontstaan er gegarandeerd burenruzies. Gevolg: helemaal geen bewoners.

Maar je hebt ook vogelsoorten die elkaar juist opzoeken. Ze broeden het liefst lekker dicht bij elkaar.

Grofweg kunnen we ze dus onderverdelen in 2 groepen:

Groep1: vogels met behoefte aan een eigen territorium

Groep 2: vogels die juist graag in kolonies broeden.

Groep 1 – eigen territorium

Veel vogels hebben dus tijdens de broedtijd een eigen territorium. Nestkastjes te dicht bij elkaar leiden alleen maar tot onderlinge ruzie.

Dus bij deze groep hang je bij voorkeur de vogelhuisjes niet te dicht bij elkaar. Hoever dat moet zijn hangt nog van iets af. We moeten namelijk nóg een onderscheid maken. Namelijk tussen vogels van dezelfde soort, bijvoorbeeld 2 families met pimpelmeesjes. En tussen verschillende soorten: bijvoorbeeld koolmezen en bonte vliegenvangers.

Voor de laatstgenoemde groep vogels (met twee verschillende soorten) moet je de nestkastjes minstens drie meter van elkaar ophangen.

Voor vogels van dezelfde soort bevestig je ze minimaal tien meter uit elkaar.

Groep 2 – koloniebroeders

Voor vogels die in kolonies broeden, zoals huiszwaluwen, huismussen en gierzwaluwen hang je juist wel meerdere kasten naast elkaar. De hangende Neighbirds vogelhuisjes van Utoopic zijn hiervoor zeer geschikt. Je kunt namelijk deze nestkastjes aan elkaar vastmaken en aan de takken in een boom ophangen. Handig, mooi en anders!

Tip 4 – Wat is een goed vogelhuisje?

Een goede nestkast heeft een degelijke constructie, heeft weinig kieren en is goed schoon te maken.

Koop geen nestkastje met een zinken dak. Door de zon wordt het kastje van binnen zo warm dat jonge vogels kunnen verbranden en verdrogen.

De beste vogelhuisjes zijn van natuurlijke materialen zoals hout of kurk. Maar ook beton en steengoed zijn perfect. Deze nestkasten isoleren goed en bereiken in het voorjaar daardoor eerder de geschikte temperatuur voor broeden. Een vogel begint daardoor eerder met een nest. Dit vergroot de kans op een tweede of derde legsel per jaar.

Uiteraard wil het oog in je tuin ook wat. Kies daarom eens voor een origineel vogelhuisje. Heel bijzonder zijn de vogellandhuizen Art DecoDe Stijl of Bauhaus.

Tip 5 – Let op de zon en de wind

Hang een nestkast nooit in de volle zon.

Vogels houden er daarentegen wel van als de ochtendzon in de vliegopening schijnt. Het nestje met jonge vogels wordt dan al meteen in de vroege morgen opgewarmd. Maar zorg er dus wel voor dat het op het heetst van de dag in de schaduw hangt. Een beetje beschutting van bladeren is dus welkom.

In Nederland en België komt de wind vaak uit het zuidwesten. Ophangen doe je daarom bij voorkeur met de vliegopening naar het noorden, noordoosten of oosten gericht. Op deze manier heb je de minste kans dat het broedsel bij heftige regen helemaal nat wordt.

Tip 6 – Een beetje beplanting is fijn maar let op obstakels

Wil je het aan een boom in je tuin ophangen? Zorg ervoor dat het nestkastje beschut hangt en het aansluit op de vegetatie. Vogels zullen niet snel een huisje in een alleenstaande kale boom kiezen.

De takken bij het nestkastje helpen de jongen bij hun eerste vlucht en geeft ze fysieke ondersteuning. Zorg er wel voor dat de aanvliegroute bij de opening van het vogelhuisje vrij is van obstakels.

Tip 7 – Zorg voor een rustige plek

Hang de nestkast op een rustige plek op, zodat de vogels zich veilig voelen en naar binnen durven vliegen. Dus niet direct naast het terras, bij de kinderhoek in de tuin of bij een doorgang ophangen.

Zoek, als het lukt wel een goede plek waarbij je het vogelhuisje nog perfect ziet en je kunt genieten van het bouwen, broeden en uitvliegen van de jonge vogels.

Kan het alleen bij het terras in je tuin? Hang de kasten dan liever hoger dan 2 meter van de grond, dus bijvoorbeeld op een hoogte van 2,5 meter tot 3,5 meter.

Tip 8 – bouwen kunnen ze zelf

Gan vogels niet helpen met het bouwen van een nestje. Stop dus geen hooi of stro in het kastje. Vogeltjes zoeken zelf naar de meest geschikte materialen zoals takjes, veertjes, mos, haren enzovoort.

Wel mag je de ouders helpen met voedsel. Zorg voor een vogelvoederstation in de buurt waar je bijvoorbeeld meelwormen aanbiedt. In het assortiment van Heeej vind je een mooie eigentijdse collectie met de beste voedertafels.

Tip 9 – Veiligheid

Voorkom een drama in je tuin waarbij je kat bijvoorbeeld een pimpelmees, koolmees of mussen doodt. Het blijft immers een roofdier dat zijn instinct volgt.

Een nestkastje plaats je daarom op minimaal 1,8 tot 2 meter hoogte van de grond zodat katten er zeker niet bij kunnen komen.

Hang je het huisje in een boom, kijk dan of er niet direct een mooie tak naast hangt waar de kat gemakkelijk op kan klimmen. Er zijn ook zogenaamde kattengordels verkrijgbaar die je om een boomstam kunt doen en waardoor katten er niet kunnen inklimmen.

Hang het bovendien stevig op, zodat het niet gaat slingeren of er af kan vallen. Anderzijds moet je het zeker niet met 10 spijkers vastzetten. Als het je het wil schoonmaken, moet dat gemakkelijk gaan.

Tip 10 – Wanneer ophangen?

Je kunt het hele jaar vogelhuisjes ophangen. Maar waarschijnlijk krijg je niet direct bewoners.

In het najaar gaan vogels al op zoek naar geschikte plekjes voor een nest. Zorg dat het dan in ieder geval hangt. Het wordt namelijk ook gebruikt om te schuilen tegen regen en kou en als overnachtingsplaats in de winter. Als een vogeltje zo nu en dan al in het najaar in jouw nestkast overwintert, heb je grote kans dat deze in het voorjaar terugkomt om zijn nestje te bouwen.

Eigenlijk is er geen vast broedseizoen. Heel veel vogelsoorten broeden van maart tot en met juli. Sommigen beginnen echter al vanaf februari. Ook zijn er soorten die zelfs doorgaan tot in augustus.

Tip 11 – Maak schoon!

Maak het vogelhuisje elk jaar in oktober, of uiterlijk na de 1e nachtvorst, schoon. Het liefst met heet water.

Vogelnesten trekken namelijk vaak luizen en andere parasieten aan. Als je ze niet verwijderd kan dat daarna nadelige gevolgen hebben voor het broedsel in de jaren daaropvolgend. Bovendien vinden onze gevleugelde vrienden een schoon nest aantrekkelijker om in te overnachten.

Gebruik nooit insecticiden in de nestkast. Gebruik handschoenen en was je handen daarna grondig. Vermijd het inademen van stof uit het nest.

Extra handig zijn de vogelhuisjes van Cor Unum uit de Heeej collectie. Deze kun je namelijk zo in de vaatwasser zetten.

Tip 12 – Heb geduld

Heb je het eerste jaar nog geen bezoekers in je nestkast? Wacht dan geduldig nog even af want vogels moeten altijd wennen aan iets nieuws.

Blijft je vogelhuisje in je tuin al 2 broedseizoenen onbewoond? Dan is het tijd om een ander geschikt plekje uit te kiezen en / of alle bovenstaande tips nog eens goed door te lopen.

Wil je meer lezen? Lees dan ook eens onze andere blogs. Of ontvang de meest interessante tips door je bij Heeej aan te melden.

Ben je na het lezen van deze blog geïnteresseerd in het aanschaffen van een bijzonder nestkastje voor je tuin? Bezoek dan eens de Heeej collectie met vogelvilla’s.